Geschiedenis van Calais

Calais was lange tijd niet meer dan een vissersdorp en werd pas in 997 verder uitgebouwd door Boudewijn IV, Graaf van Vlaanderen. Maar het was Filips van de Elzas die het belang inzag van de haven van de stad en van haar strategische ligging ten opzichte van Engeland. In 1228 bouwde hij rond de stad vestingmuren en wachttorens en liet hij brede slotgrachten graven om de stad te beschermen tegen eender welke verrassingsaanval. Eduard III, koning van Engeland, versloeg op 26 augustus 1346 de koning van Frankrijk bij Crécy en opende zo de weg naar het noorden. Op 4 september 1346 stond Eduard III voor de stadspoorten van Calais. Hij beval de gouverneur Jean de Vienne de stad onmiddellijk over te geven.
Omdat hij van oordeel was dat Calais niet zou kunnen worden ingenomen door één grote frontale aanval, besliste hij de stad te belegeren en uit te hongeren. Na vele pogingen van de koning van Frankrijk en van Jean de Vienne, besliste deze laatste op 3 augustus 1347 te onderhandelen met Eduard III. De koning van Engeland eiste dat zes burgers hem, blootsvoets en met een strop rond de nek, de sleutels van de stad en van het kasteel zouden brengen. Maar dankzij de tussenkomst van de koningin van Engeland werd hen uiteindelijk gratie verleend. Op 4 augustus 1347 gaf Calais zich over en werden de stad en het kasteel ingenomen door Gauthier de Mauny. De inwoners werden verdreven want koning Eduard III had beslist dat enkel Engelse onderdanen in de stad mochten wonen. In 1360 werd het verdrag van Brétigny ondertekend waarbij Calais en haar omgeving onder engels beheer viel. Die situatie zou gedurende 211 jaar onveranderd blijven.
Tijdens die twee eeuwen durende aanwezigheid hebben de Engelsen onuitwisbare sporen nagelaten : verbeterde en verhoogde vestingwerken, de drooglegging van Le Bas Calaisis door middel van het systeem van 'watergangen’ (grachten), de bouw van het voormalige belfort van Calais en het vergroten en versterken van de kerk Notre-Dame.

In 1558 kwam een einde aan de Engelse aanwezigheid dankzij hertog François de Guise. In 1596 werd Calais bezet door de Spanjaarden en het werd pas twee jaar later teruggegeven aan Frankrijk bij het verdrag van Vervins.
In de 17de eeuw werd Calais meerdere keren aangevallen door Engeland, door Spanje en door Nederland, telkens zonder noemenswaardig succes. De handel van Calais had echter zeer zwaar te lijden onder die oorlogen.
Tijdens de Restauratie smokkelden Engelsen uit Nottingham de weefgetouwen binnen die aan de basis lagen van de kantnijverheid. Calais onderging toen ingrijpende gedaanteveranderingen, zoals de opening van een spoorlijn in 1848 of de fusie in 1885 van de twee steden Saint-Pierre en Calais.
De stad werd echter zwaar op de proef gesteld tijdens de twee wereldoorlogen, want Calais was uiteraard een belangrijk doelwit voor het Duitse leger. Met name Calais-Nord werd met de grond gelijk gemaakt. Gedurende vier jaar werd de stad door de Duitsers bezet en een groot deel van de bevolking moest vluchten naar de departementen Mayenne, Nièvre en Marne. Op 30 september 1944 werd Calais bevrijd, maar 73% van de stad was verwoest.




